Interview met John Oud: van ver en dichtbij
Bel ik op een geschikt moment om
wat vragen te stellen?
Als het niet te lang duurt, want ik heb straks drie sessies achter elkaar.
We werken hier met zijn drieën maar toch kan het hier ongelofelijk
druk zijn.
Het gaat over fotos van windturbines.
Het komt wel voor dat ik die maak, als er ergens een wiek afwaait of als
er een nieuw park wordt geopend. Verder heb ik er niets mee, traditionele
windmolens zeggen me meer. En met die nieuwe molens
de opbrengsten
vallen altijd lager uit dan verwacht.
U mag rekenen met 700 huishoudens per Megawatt,
dan zit u altijd goed.
Das dan mooi. Je wenst je kinderen wel toe dat ze later wat overhouden.
Van wat er allemaal de lucht ingaat word je niet vrolijk. Aan de andere
kant zorgen windturbines natuurlijk wel voor geluidsoverlast.
Dat kan als ze te dicht op de huizen staan. U
hebt zelf een foto gemaakt van een veelbesproken molen in Zijpe.
Ja, al moet je erbij zeggen dat er klagers en klagers zijn. Van de week
was er in Schagen een popfestival met 50.000 bezoekers. Er was één
persoon die drie of vier keer de politie belde. Tegenover al die mensen
tegenover die er plezier in hadden. Waar heb je het dan nog over? Geluid
is voor iedereen anders. Op onze vakantie in Duitsland raasden er treinen
met 27 wagons vlak langs de camping. Mijn vrouw lag de hele nacht wakker
maar ik sliep er gewoon doorheen, net als de kampeerders tegenover ons,
die er al twintig jaar kwamen.
Wat was uw eerste foto van een windturbine?
Dat zal een driewieker in t Zand zijn geweest, ergens in 1997. Nee,
ik maakte eerder al fotos van molens op ECN terrein. Het gaat langer
terug.
Niet alle exploitanten zijn blij met de fotos
die er van hun molens worden gemaakt.
Hoe bedoel je?
Dat ze er vaak ongunstig op staan.
Je kan op een ochtend een hele mooie foto schieten, als zon windpark
boven de mist uitsteekt. Op een andere werkt datzelfde park als een storend
element. Op een foto van mij van Kolhorn werd negatief gereageerd. Ze
hadden gevraagd de windturbines zo dicht mogelijk bij de bebouwing te
fotograferen, dat was de opdracht. Maar ook voor exploitanten heb ik fotos
van windparken gemaakt, zoals in de Groetpolder. Je weet waar het ligt?
Niet elk park is mooi. Die tweewiekers bij Burgerbrug vind ik niet mooi.
Van Kennemerwind zijn die. Dan treft het dat
we ze binnenkort zullen opschalen. U hebt ook een keer een heel mooie
windmolenfoto gemaakt.
Welke moet dat zijn?
Van schoolkinderen boven in de gondel.
Dat was op een open dag in Nieuwe Niedorp bij de Bonus van Bood. Laatst
sprak ik een visser die met zijn boot naar Lelystad voer, die zat te foeteren
omdat de skyline vol windturbines stond. Ik wil je wel een keer wat fotos
uit mijn archief laten zien. Kom een keer langs.
Zo gezegd, zo gedaan.
De volgende ochtend zag het weer er bij vertrek vanuit Alkmaar zo mooi
uit dat de regenbroek was thuisgelaten, terwijl even kijken op buienradar
tot een heel ander besluit had geleid. Bij binnenkomst in de fotowinkel
steek ik mijn verregende hand uit naar John Oud, die al achter zijn PC
zit om zijn verzameling windturbines en windparken op rij te zetten. Had
even gebeld, zei hij, dan hadden we een ander moment afgesproken.
Romantiek van metaal, nevels en een late zon...
We nemen een diashow door van enkele tientallen fotos van de afgelopen
jaren. Een van de eerste plaatjes is genomen bij het ECN in Petten. Niet
de oudste, zegt John, die zijn oudere werk niet in de PC heeft opgeslagen.
Op het beeldscherm verschijnt dan een tractor met aanhangwagen en twee
robuuste molens erachter. De eigenaar van die molens zou die foto best
in zijn huiskamer hebben willen hangen. Misschien is het wel de man de
op de tractor. Daarna een zonsondergang, waarbij de onderste helft van
de zonnecirkel gesluierd gaat achter een verder onzichtbare wolk. Romantiek
van metaal, nevels en een late zon. De vraag of de mooie fotos ook
de krant halen wordt zonder aarzeling bevestigd. Niet alleen het beeldscherm
toont windturbines, ze hangen ook aan de muur: schapen bij een hek bij
een bocht in de sloot, met op de achtergrond een veraf gelegen stemmig
rijtje masten. Het Noord Hollands Dagblad van vandaag wordt opengevouwen.
John wijst aan de fotos aan die hij leverde, een pagina vol dieren
en een foto met molens bij een artikel over Zijpe.
Wat staan die molens dicht op de huizen? Het lijkt wel of ze in
de achtertuinen van de mensen staan, terwijl dat toch minstens vier keer
de mastlengte moet zijn voor de dichtstbijzijnde molen.
Als fotograaf maak je geregeld gebruik van je telelens. Als ik een
windpark fotografeer wil ik het er wel helemaal op hebben, antwoordt
John zakelijk. Op het beeldscherm passeert een afbeelding van louter windturbines
en mist.
Daarvan heb ik er vijftig verkocht aan de eigenaar zelf, nadat de
foto in het NHD had gestaan. Die vond hem zo mooi dat hij ze aan zijn
relaties heeft weggegeven.
Vervolgens verschijnt de eerder genoemde foto van Kolhorn met de windreuzen
op de achtergrond, die opvallen doordat de molenassen tot boven de balustrade
van de kerktoren uitsteken.
Hoe kan het?, vraag ik. Als daar langs het water of
de autoweg loop zie ik helemaal geen molens, laat staan boven alles uitstekende
assen.
Maar vanaf dat punt is de foto ook niet gemaakt. Weet je waar het Poolland
ligt? Nee? Dan stel ik voor dat we er even heengaan.
In een krappe 10 minuten rijden we met de auto naar Kolhorn, waar we de
weg ietsje verder langs het kanaal volgen tot we tegenover het gemaal
een u-vormig dijkje oprijden. Bovenaan stopt de auto en we stappen uit.
Zonder dralen wordt één foto geschoten, anderhalve pas buiten
de auto. Maar ik zie met het blote oog al dat nu de assen boven de denkbeeldige
lijn uitsteken. Dat is niet gefotoshopt, laat ik me direct
ontvallen, al lijkt het me nog steeds dat de werkelijkheid minder geprononceerde
windturbines laat zien dan de krantenfoto van destijds, maar dat kan zoveel
oorzaken hebben.
Die toren is niet scheef gefotografeerd
Op de terugweg vertelt John over een opdracht die hij kreeg van een bank
om een dorpsaanzicht te maken van het dorp Winkel. Een mooie opdracht
want daar staat niet alleen zijn winkel, hij komt er ook vandaan. Hij
stuurt een proef op en hoort vervolgens een hele tijd niks. Als hij eens
informeert of de opdracht nog komt krijgt hij als antwoord dat de kerk
scheef op de foto staat en dat de opdrachtgever geen interesse heeft in
opnamen die zo leunen op de groothoeklens dat alle torens er van omvallen.
Maar kijk nu eens naar die kerk. Die toren is niet scheef op de
foto gefotografeerd, hij is scheef. Daar is geen groothoek aan te pas
gekomen. En als ik een stukje verder rijdt, dan is ie weer recht. Van
hier af, ja, en zo kennen ze hem.
Terug in de winkel bekijken we nog eens wat fotos.
Moeten fotos bij artikelen over windenergie niet precies de
werkelijkheid weergeven? De werkelijkheid zoals mensen die met hun eigen
ogen zien? hou ik de fotovakman voor.
Mijn fotos zijn echt, verzekert hij.
|