|
|
Fabels in Windenergie(Intermediar 13 dec 2001)door: Sybe I. Rispens Windenergie is "booming business" in Europa. Maar terwijl in
de landen om ons heen de bouw van windmolens is uitgegroeid tot een hightech
industrietak, wordt in Nederland alleen lucht verplaatst. Tegelijkertijd zijn de kosten zo sterk gedaald dat stroom uit de windmolen nauwelijks duurder is dan stroom uit kolen- of gascentrales. Windenergie kan zich inmiddels op alle fronten meten met conventionele vormen van energieopwekking. Geen wonder dat in bijna alle landen van Europa de windenergie boomt. Maar waar in Duitsland, Denemarken, Spanje en Italië windenergie is uitgegroeid tot een hightech industrietak, wordt hier al jarenlang alleen maar lucht verplaatst. Nederland dreigt een belangrijke energierevolutie al aan het begin van de 21-ste eeuw te gaan missen. Hoe groot de achterstand bij de ontwikkeling van windenergie in Nederland inmiddels is geworden, mag blijken uit enkele cijfers. Terwijl in de rest van Europa de windenergie zich ook dit jaar weer in spectaculair tempo ontwikkelde (zie grafiek) bleef in Nederland de boel vrijwel stilstaan. Totaal opgesteld vermogen windenergie in Nederland en omringende landen in MW, 1990 - 2001
Nog niet één procent van de energiebehoefte wordt in Nederland gedekt met windenergie. De internationaal afgesproken doelstellingen om in het jaar 2000 duizend megawatt windenergie in ons land op te wekken zijn bij lange na niet gehaald: nog niet eens de helft van het geplande vermogen was gerealiseerd. De nationale windmolenindustrie is op sterven na dood. Alle fabrikanten zijn inmiddels failliet gegaan. Lagerwey heeft als laatste kunnen overleven dankzij overname door een Amerikaans bedrijf. Wat is er toch aan de hand met de windenergie in ons land? De achterstand in ons land komt zeker niet voort uit gebrek aan wind. Windenergie is de meest logische vorm van groene stroom in ons land. Nederland heeft meer wind per vierkante kilometer land dan Duitsland; een reden waarom ons land in de zeventiende eeuw dankzij windmolens economisch groot kon worden. Het technisch bruikbare vermogen aan windenergie is hier groot: volgens een schatting van de Universiteit Utrecht kan makkelijk tien procent van alle stroom met windenergie worden opgewekt. De problemen hebben ook niet te maken met de stand van de techniek. Gijs van Kuik, hoogleraar windenergie aan de Technische Universiteit in Delft: 'Technisch gezien zijn windmolens absolute hightech apparaten. Windmolens zijn al lang niet meer propellertjes aan een as. Ze zijn reusachtig veel groter geworden en het rendement is bijna met een kwart gestegen, puur door een betere vormgeving van de vleugels. De kostprijs is enorm verlaagd. De betrouwbaarheid is hoger dan die van gas- of kolencentrales. We kunnen nu veel beter elektrische energie uit mechanische energie maken door speciale generatoren te ontwikkelen. Via speciale kennis over materiaalsoorten kunnen we nu net als in de ruimtevaart voorspellen wanneer een 'onderdeel aan vervanging toe is.' Ook het wetenschappelijk onderzoek is er niet de oorzaak van dat de windenergie er in ons land zo beroerd voor staat. Dat houdt zich internationaal aardig staande. De TU Delft heeft samen toet de ECN een onderzoeksinstituut opgericht dat tot de vier belangrijkste onderzoekcentra ter wereld behoort. Van Kuik: 'Honderden theoretische hordes op het gebied van de aërodynamica zijn genomen. In het begin keken de windmolenbouwers naar de luchtvaartindustrie, maar inmiddels is het omgekeerd: helikopterbouwers komen bij ons om naar onze aërodynamische modellen en andere knowhow te kijken. We kunnen nu voorspellen wat de windsnelheid op ieder moment op elke plek in de rotor is. En dat valt niet mee, want je hebt in windmolens heel vreemde belastingen: door turbulenties kun je zulke extreme waarden krijgen, dat de wind aan de tip van een vleugel precies de andere kant op waait als in het centrum.' Nederland mist de boot vooral door politiek falen. In de eerste plaats ontbreekt er in Nederland een duidelijk besef dat de invoering van groene stroom dringend noodzakelijk is. Door de opwekking van stroom in aardgas- en kolencentrales komt er kooldioxide (CO2) vrij en deze emissies versterken het broeikaseffect. Weliswaar had Nederland zich tot doel gesteld de emissie van CO2 in 2000 met drie procent te verlagen ten opzichte van het niveau van 1990, maar die doelstelling is van geen kant gehaald. In de recentelijk verschenen vijfde Milieuverkenning van het RIVM staat
dat de uitstoot van CO2 in 1999 heel even is gedaald, omdat er dankzij
een liberalisering van de Europese energiemarkt stroom uit het buitenland
werd geïmporteerd. Maar door een grotere vraag naar stroom rijst
de uitstoot van CO2 alweer de pan uit. (bron: RIVM) De tweede politieke reden is dat er veel lucht wordt verplaatst, maar weinig concreet tot stand komt. Annemarie Goedmakers van Nuon: 'In Europees verband slaan we de ene groene kreet na de andere uit, en tegelijk halen we niet eens de helft van onze doelstellingen voor windenergie. Daarmee maak je jezelf als land volkomen ongeloofwaardig. We zijn een land van mooie rapporten, oeverloos praten en iedereen overal bij betrekken. Ondertussen is bijna de hele windindustrie in Nederland failliet gegaan. Die achterstand halen we nooit meer in. Politiek is het een bende: het ene ministerie zegt zus, het andere zo. Elk initiatief voor het neerzetten van windmolens verzandt in eindeloos gepraat.' De derde politieke reden voor het mislukken van windenergie is de angst voor fabels die over windmolens bestaan. Er is een kleine, luidruchtige groep tegenstanders van windenergie die deze aantoonbare onjuistheden voortdurend de lucht in slingert. Deze fabels hebben zich inmiddels in de hoofden van burgers en politici genesteld. Fabel 1: er is geen plek voor windmolens in Nederland.De stichting Natuur en Milieu heeft in haar publicatie Frisse Wind door
Nederland (2000) genoeg geschikte locaties gevonden. Door de sterk verbeterde
techniek zijn windmolens ook in het binnenland inmiddels rendabel. Slechts
één procent van de landbouwgrond waar een windmolen wordt
opgesteld kan de boer niet meer gebruiken. Fabel 2: windmolens zijn 'gehaktmolens'Het dagblad Trouw schetste medio 2001 een waar schrikbeeld: 'De draaiende
rotorbladen zien rood, het bloed drupt ervan af, tientallen vogels vliegen
zich ertegen te pletter.' De feiten leren anders. Het Landelijk bureau
voor Windenergie heeft samen met de Nederlandse vereniging voor vogelbescherming
een schatting gemaakt van het aantal vogels dat per jaar in Nederland
door menselijke activiteit om het leven komt. Het verkeer wint ruim: per
jaar komen twee miljoen vogels om op het asfalt. Door de jacht leggen
anderhalf miljoen vogels het loodje. Hoogspanningskabels nekken nog eens
één miljoen vogels. En dan windmolens: zo'n tienduizend. Fabel 3: windmolens maken veel lawaai en veroorzaken storende flikkeringen
Dankzij aërodynamisch onderzoek zijn moderne windmolens stil en
ze worden elk jaar stiller. In een onderzoek dat in 1996 voor het Engelse
ministerie van handel en industrie is uitgevoerd, bleek dat met de molens
van die tijd het geluidsniveau al op 50 meter afstand lager is dan dat
van een gewoon gesprek. Op 500 meter afstand van een windmolenpark met
tien windmolens is het geluid minder dan in een rustige kantoorruimte.
Fabel 4: windmolens verpesten het uitzichtDe vraag of windmolens lelijk zijn is een subjectieve vraag. Uit een
enquête die het NIPO in maart 2001 onder duizend Nederlanders heeft
uitgevoerd, blijkt weliswaar dat 'horizonvervuiling' door de helft van
de mensen als grootste nadeel van windenergie wordt gezien, maar tegelijk
vond meer dan driekwart ook dat moderne windinstallaties goed passen binnen
de traditie van windmolens in Nederland. Vrijwel iedereen die een windmolen
in de gemeente heeft staan, is er zelfs zeer positief over. De subjectieve factor van het uitzicht op een windmolen hangt ook sterk af van de associaties van mensen. In Duitsland lijkt het succes van de windmolenindustrie te liggen in het feit dat de fabrieken allemaal in de windrijke kuststreek zijn gevestigd. Omwonenden kijken daardoor heel anders naar een windmolen: ze zien geen apparaat dat het uitzicht belemmert, maar een machine die brood op de plank brengt. In het Noord-Duitse stadje Aurich is de windmolenfabrikant Enercon veruit de grootste werkgever - veel groter dan de lokale Volkswagenfabriek. Wat de markt voor windmolens betreft, heeft Nederland de boot inmiddels definitief gemist. Waar ons land nog een rol van betekenis kan spelen, is bij de ontwikkeling van offshore windparken. Gijs van Kuik, van de TU Delft: 'Er is belangstelling van de Nederlandse offshore-industrie voor windenergie. Bij internationale offshore-projecten waar windmolens in zee zijn geplaatst, zijn Nederlandse bedrijven betrokken geweest. We kunnen nu alleen maar hopen dat het op zee niet net zo'n politieke janboel wordt als aan land. Als je ook op zee moet vechten om vergunningen hebben we een belangrijke energierevolutie echt gemist.' Uit: Intermediair van 13 december 2001, nr 50, p. 11-13.Copyright: Sybe I. Rispens |
|
|
|
Postbus
9185 1800 GD Alkmaar Telefoon (072) 888 44 04 |