Het hoe en waarom van Kennemerwind en windenergie Onze nieuwsbrief Informatie over onze turbines De opbrengsten van de windturbines van Kennemerwind Nieuws over Kennemerwind Word ook lid van Kennemerwind! Andere interessante websites menu links
menu rechts Terug naar het openingsscherm De mensen achter Kennemerwind

Reacties op VARA's TV-uitzending 'Zembla' van 4 nov 04


Ir. Henk Hutting

De VARA-uitzending van Zembla op 4 november 2004 over 'Windhandel' zou genomineerd moeten worden voor meest tendentieuze documentaire van het jaar. Vrijwel alle uitspraken van de geïnterviewden waren uitgelokt, uit hun verband gerukt of niet voorzien van de juiste toelichting.

Een aantal voorbeelden:

De gemiddelde beschikbaarheid van windturbines is 98%. Van de honderd staan er dus gemiddeld twee stil. De VARA gaat naar een park waarvan bekend is dat de turbines door de fabrikant worden teruggehaald (iets wat zelfs autofabrikant Mercedes wel eens moet doen) en laat in de controlekamer een shot zien van het feit dat er van de 80 turbines op dat moment 75 stil staan. De suggestie die gewekt wordt is van: zie je wel hoe vreselijk onbetrouwbaar die techniek is!

Windenergie bespaart fossiele brandstoffen en vermijdt de uitstoot van broeikasgassen die klimaatverandering veroorzaken. Windenergie heeft nooit geclaimd conventionele centrales te vervangen. Toch gaan vele vragen juist over dat onderwerp. Niet deskundigen uit de windwereld wordt om toelichting gevraagd, maar juist mensen daarbuiten. Aan een aantal wetenschappelijk ingestelde mensen wordt de vraag gesteld hoeveel elektriciteitscentrales bespaard kunnen worden als de windparken op zee worden gebouwd. Deze mensen weten dat uiteraard niet en antwoorden dat ook naar eer en geweten. Met als suggestie: zie je wel, allemaal leugens en bedrog door de windsector.

Windturbines worden belachelijk gemaakt met de stelling dat je wat vermogen betreft net zo goed twee automotoren in de wei zou kunnen zetten. Wat betreft vermogen zou dat kunnen, maar daar gaat het helemaal niet om. Die windturbines besparen nou juist de brandstof die motoren nodig hebben. Het effect van de grote vraag naar brandstof op de olieprijs behoeft toch geen toelichting?

Volstrekte onzin wordt er uitgekraamd als er wordt gesteld dat een windboer vrijgesteld zou zijn van belasting. Iedereen in Nederland betaalt vennootschapsbelasting en/of inkomstenbelasting. Door afschrijvingsmogelijkheden is de fiscale winst in de eerste jaren wellicht nul, maar op het moment dat zijn afschrijving is uitgeput betaalt hij des te meer belasting. Door het ontbreken van toelichting op de uitspraak ontstaat dus weer een volledig vals beeld.

Er wordt angst opgewekt door te stellen dat windenergie de veiligheid van de stroomvoorziening in gevaar zou brengen. De Nederlandse regering streeft helemaal niet naar 100% windenergie, doch naar slechts 9%. Een dergelijk beperkte hoeveelheid bedreigt de voorziening helemaal niet. Bij de voorbereiding van de plannen van de overheid is dit in 1998 al uitvoerig onderzocht door de KEMA. De studie van KEMA laat zien dat zelfs 13.000 MW offshore windenergie de voorzieningszekerheid niet in gevaar brengt.

De prijs van stroom op de groothandelsmarkt bedraagt gemiddeld circa 4,5 cent per kWh (of 45 Euro per MWh). Zie op www.endex.nl. Windenergie ontvangt een productie-subsidie van 7,7 cent per kWh gedurende slechts 18.000 vollast-uren. Windturbines in de kuststreek ontvangen de subsidie in dat geval gedurende circa 6 tot 7 jaar. Op de levensduur van 20 jaar betekent dat een subsidie van gemiddeld circa 2,5 cent per kWh. Dat is nog maar 50% duurder dan de grijze stroom en niet 3 tot 4 maal zo duur. Hier wordt door gebrek aan toelichting op de subsidie-regeling een verkeerde suggestie gewekt. Wat hierbij ook niet wordt vermeld is dat de elektriciteitsprijzen de laatste twee jaar met ongeveer 50% zijn gestegen en dat de verwachting van een aantal belangrijke consultants (waaronder McKinsey) is, dat de prijzen tengevolge van de naderende kosten die de centrales zullen moeten betalen voor CO2 rechten, nogmaals circa 40 tot 60 procent zal stijgen. Windenergie daar en tegen wordt wel goedkoper en zal snel goedkoper zijn dat conventioneel opgewekte stroom.

Volledig wordt er voorbij gegaan aan het feit dat de conventionele opwekking nog steeds vrijgesteld is van het voldoen aan het principe dat de vervuiler zou moeten betalen, in dit geval voor luchtverontreiniging. In het grote Europese ExternE onderzoeksproject is vastgesteld dat conventionele opwekking gepaard gaat met een economische gevolgschade van 3 tot 6 cent per kWh. Als we daar wel rekening mee houden is windenergie nu al economisch meer verantwoord is dan conventionele opwekking.

Er wordt gezegd dat er stapels rapporten liggen die aantonen wat voor dure onzin windenergie is. Ik ken die rapporten niet, hoewel ik al 22 jaar in het vak zit. Ik ken juist een bibliotheek vol rapporten en 60.000 windturbines wereldwijd die het tegendeel bewijzen. Ik zou graag de journalisten met 100% toetsbare feiten laten zien hoe ze misleid zijn door prof. Kreuger.

De VARA heeft ook verzuimd om na te gaan wat de motivatie is van de mensen die deze valse voorstelling van zaken geven, hoewel prof. Kreuger daar in zijn boekje rond voor uit komt. Voor hem is er maar één oplossing en dat is kernenergie. De VARA heeft zich dus voor het karretje van de kernenergie-lobby laten spannen.

Kritisch zijn over zaken is zeer gezond, maar in dit geval heeft de VARA er bewust voor gekozen om mensen die de antwoorden op hun vragen wel zouden kunnen geven, niet te willen horen. Dit terwijl het aanbod vanuit de Windkoepel ruim van te voren zeer nadrukkelijk is gegeven.

Ir. Henk K. Hutting
WinWind BV, Terneuzen


8 nov 04:Windenergie verdient beter!

door Eize de Vries

In het tv-programma Zembla over windenergie van 4 november 2004 is op eenzijdige en journalistiek onprofessionele wijze stelling genomen tegen windenergie. De toon werd meteen al gezet door een tendentieuze vergelijking van de beoogde 6.000 MW windenergie in 2020 op zee met het bekende Betuwelijn debacle: een investering van 15 à 25 miljard euro afgezet tegen mogelijk 'desastreuze gevolgen voor de toekomstige energievoorziening' in ons land. De selectie van 'experts' die hun zegje mochten doen in Zembla bestond vrijwel uitsluitend uit tegenstanders van windenergie. Zo kwamen uit wetenschappelijke hoek alleen emeritus hoogleraar hoogspanningstechniek F. H. Kreuger (TU Delft, 1985 - 1993), en emeritus hoogleraar energietechniek M. Antal (TU Eindhoven, 1981 - 2000) uitvoerig aan het woord. Een beroep op actuele kennis van hun jongere universitaire opvolgers over het vakgebied decentrale energieopwekking (inclusief windenergie), had de broodnodige diepgang en nuance kunnen aanbrengen. Maar door het uitsluitend etaleren van op verouderde opvattingen gestoelde meningen kwamen de grote kansen die windenergie biedt voor een betrouwbare duurzame energievoorziening in de toekomst geheel niet aan bod. Om over wetenschappelijke objectiviteit maar helemaal niet te spreken.

Obstakel

Prof. Kreuger noemde bijvoorbeeld het energie-arme karakter van wind een belangrijk obstakel voor grootschalige toepassing. Hierdoor zouden grote dure installaties nodig zijn, voorzien van enorme rotoren en relatief kleine generatoren, in 'capaciteit vergelijkbaar met één á twee automotoren'. Deze uitspraak lijkt terug te grijpen op de hem vertrouwde technische ontwikkelingsstatus van windenergie begin jaren negentig. Inmiddels is de gemiddelde capaciteit van windinstallaties met 1,5 à 2 MW een factor 10 à 15 hoger en als kenmerk snel stijgend. Belangrijker is echter dat strikt genomen de capaciteit per windinstallatie helemaal niet ter zake doet. Waar het om gaat is hoe en tegen welke (maatschappelijke) kosten windenergie bij kan dragen aan de huidige en toekomstige energievoorziening in de wereld. De meest recente editie van het Wind Force 12 rapport, een uitgave van Greenpeace en de European Wind Energy Association (EWEA), spreekt hier duidelijke taal. Het document bevat een gedetailleerde blauwdruk over hoe in 2020 12% van 's werelds elektriciteitsbehoefte met windenergie kan worden gedekt. En de prognose ligt al vanaf de eerste publicatie in 2000 op schema!

Windturbines produceren verder als kenmerk elektriciteit. Elke kWh schone wind elektriciteit komt dus overeen met 2 à 2,5 kWh 'vuile' elektriciteit uit een conventionele centrale (olie, kolen, bruinkool, gas). Het verschil wordt veroorzaakt door het relatief lage omzettingsrendement van bijvoorbeeld kolen (40 à 45%) en gas (~60%). Bij kerncentrales is alleen het splijtingsproces in de reactor CO2-neutraal. Alle andere ketenstappen van uraniumwinning tot lange termijn conditionering van radioactief afval vereisen zoals bekend de inzet van substantiële hoeveelheden fossiele energie.

En wat betreft kostprijsontwikkeling voor stroom stelde het gezaghebbende Amerikaanse Energy Information Administration (EIA; VS) onlangs dat windenergie in staten van de Mid-West nu al de meest kosteneffectieve bron voor stabiele lange termijn elektriciteitsopwekking is. Dat wil zeggen nog voor aardgas en inclusief verrekening van een voor Nederlandse begrippen zeer gering belastingvoordeel voor de exploitant via de PTC regeling. De cijfers zijn verder gebaseerd op de helft (!) van de aardgasgasprijs die gold in oktober 2004. Windenergie in de VS zal volgend jaar waarschijnlijk alle eerdere records gaan breken, met minimaal 2.500 MW aan nieuw vermogen. Deze positieve ontwikkeling staat in schril contrast met de uitspraak van Verwey in Zembla, dat '1 kWh windstroom ongeveer drie maal zo duur is als een zelfde hoeveelheid stroom uit aardgas'!

Bruikbaar

Een andere hardnekkig geventileerde misvatting is dat windenergie zonder de mogelijkheid tot opslag niet bruikbaar zou zijn voor een betrouwbare energievoorziening in een industrieland (Antal). Of dat 6.000 MW op zee leidt tot een labiele toestand wat betreft vraag en aanbod van stroom, met zelfs een kans op volledig elektriciteitsnet falen bij plotseling wegvallen van de wind (Kreuger, Antal). Tenslotte zou opslag van energie onmogelijk zijn (Kreuger, Antal), en noemt E.on Benelux directeur Ir. J. Verwey een dergelijke optie als het lukt 'de uitvinding van de eeuw'.

Enkele feiten

De inmiddels substantiële windenergieproductie in industrielanden maakt deel uit van een veel groter netwerk, waarbij nationale netten zijn verbonden via koppelnetten. Vraag en aanbod willen afstemmen op nationale schaal, en 'een noodzakelijke 100% reservecapaciteit bij inzet van windenergie aanhouden', zijn in de huidige netcontext in feite zelfs helemaal onzin. Verder zijn moderne windturbines standaard voorzien van zeer geavanceerde regel en besturingssystemen. Hierdoor zijn ze van een bij storingen onmiddellijk af te schakelen 'lastpost' in het elektriciteitsnet, inmiddels getransformeerd tot actieve schakel bij het continue bewaken van een balans tussen energievraag en aanbod. In feite praten we dus over windturbines met de ingebouwde regelmogelijkheden van moderne 'gewone' krachtcentrales.

Jammer genoeg heeft de Zembla redactie ook de kans voorbij laten gaan zich te verdiepen in diverse veelbelovende oplossingen om windenergie te combineren met andere decentrale energiebronnen. Hierbij wordt in netwerkverband geprofiteerd van complementaire of aanvullende eigenschappen van individuele (duurzame) energiebronnen, en is tussentijdse energieopslag ingebouwd. Bekende voorbeelden zijn de deelomzetting van windelektriciteit in waterstof als tussenopslagmedium op het Noorse eiland Utsira (2003)), of de 'als standaard' toegepaste combinatie van windenergie als continue variabele bron met een waterkrachtcentrale. Dergelijke duurzame oplossingen zijn tegelijkertijd bittere noodzaak in het licht van de verontrustend snelle klimaatverandering als gevolg van ongebreidelde CO2-uitstoot door verbranding van fossiele energie.

Leertraject

De Betuwelijn als politieke blunder met windenergie op zee te vergelijken is onjuist om meerdere redenen. Investeringskosten (overschrijdingen) en te verwachten lange termijn exploitatietekorten van deze volgens velen onnodige goederenspoorlijn worden afgewenteld op de belastingbetaler. Windprojecten worden daarentegen uitsluitend met privaat kapitaal gefinancierd. Een tweede belangrijk kenmerk is dat investeringen over langere tijd gespreid worden. Dit geldt in nog sterkere mate voor ondernemingen als de eerder genoemde 6.000 MW op zee: dergelijke projecten worden over meerdere jaren gefaseerd gebouwd. De voordelen zijn evident: tijdens dit langjarige traject wordt voortdurend geleerd van ervaringen, waardoor investeringskosten per eenheid product en exploitatiekosten per eenheid energieproductie structureel zullen blijven dalen (bij windenergie op land gemiddeld 3 - 5% per jaar, uitgedrukt in €/kWh). Tenslotte kunnen grote windprojecten zonder substantiële financiële gevolgen voor de investeerders indien gewenst in elk stadium worden aangepast of zelfs gestopt.

Horns Rev

In Zembla werd terecht ingezoomd op technische problemen bij Horns Rev, waar alle tachtig turbinekoppen zijn verwijderd om aan land gerepareerd te worden. Revisie na slechts twee jaar operationeel bedrijf is natuurlijk een tegenvaller voor zowel turbinebouwer, parkeigenaar als de hele windindustrie. Tegelijkertijd is het een leerervaring en is gewoon beginnen de enige manier om te ervaren hoe grootschalige windenergie op zee in de praktijk werkt. We kennen dergelijke leertrajecten met regelmatig vallen en opstaan ook van andere grensverleggende technologische ontwikkelingen (o.a. auto, trein, telefoon, lucht & ruimtevaart): twee stappen vooruit, ééntje achteruit. Die nuance had de Windkoepel graag in het programma teruggezien, plus een verwijzing naar het feit dat zo 'n 70% van het totale windvermogen op zee wel naar behoren functioneert. Bij een complexe offshore klimaat zelf behoren omgevingscondities als wandelende zandbanken, windsnelheden tot orkaankracht, golfhoogtes tot 10 meter en meer, en altijd korte periodes van goed weer tussen twee depressies. Dit laatste vormde de hoofdafweging voor de turbineleverancier, om ze uit tijd en kostenoverwegingen aan land te brengen voor reparatie onder geconditioneerde omstandigheden.

Stand van zaken

Inmiddels staat wereldwijd meer dan 500 MW aan windvermogen op zee opgesteld, waaronder twee grote Deense projecten van respectievelijk 160 MW (2002, Horns Rev) en 166 MW (2003, Nysted). Minimaal honderd maal zoveel offshore windenergie is inmiddels gepland in Europese landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, en in bescheidener mate België en Nederland. 's Werelds eerste offshore windproject stamt al uit 1991, alle turbines van dit Deense park zijn na 13 jaar nog volledig in bedrijf.

Tenslotte nam het Duitse Siemens (400.000 werknemers) op 20 oktober jl. de Deense windturbinefabrikant Bonus over. Siemens is via de divisie Power Generation actief op vele gebieden van energie opwekking, waaronder gas, olie, en kolengestookte centrales, waterkracht, aardwarmte en kernenergie. Bonus is onder andere gerespecteerd als pionier in de opkomende offshore windmarkt met een cumulatief marktaandeel van circa 40%. Volgens analisten was dit laatste een belangrijke reden voor Siemens om juist voor dit bedrijf te kiezen. De Siemens overname komt twee jaar nadat het nog grotere Amerikaanse General Electric (GE) windfabrikant Enron Wind voor de neus van anderen wegkaapte en het bedrijf in korte tijd uitbouwde tot een windspeler van formaat. Analisten noemen de stappen van GE en Siemens een bevestiging dat de windindustrie pioniersfase in feite beëindigd is. Zij zien het tegelijkertijd als nieuw onmiskenbaar teken van het snel toenemende belang van windenergie voor onze energievoorziening.

Achtergrondinformatie

Begin oktober was wereldwijd 42.000 MW aan windvermogen operationeel, voor de komende jaren wordt een groei van minimaal 10% verwacht.
In Nederland staan circa 1.500 windturbines, samen goed voor 1.076 MW. Al deze windturbines verzorgen circa 2,2% van onze elektriciteitsproductie.
Per MW vermogen produceert een turbine in ons land gemiddeld 2,26 miljoen kWh, voldoende voor bijna 660 Nederlandse huishoudens. (bij 3.445 kWh /jr in 2003) In sommige landen als de VS, Canada, Australië, en Noorwegen ligt de stroomconsumptie per hoofd van de bevolking veel hoger. De energieopbrengst van turbines is niet overal op de wereld gelijk, en hangt met name af van de gemiddelde windsnelheid ter plekke.
Windenergie verschaft tenslotte werkgelegenheid aan meer dan 100.000 mensen, waarvan zo 'n 50.000 in Duitsland. De omzet in de mondiale windindustrie bedroeg in 2003 circa 6 miljard euro.

Eize de Vries
Wetenschapsjournalist

[terug] < > [vervolg]


Postbus 9185
1800 GD Alkmaar

Telefoon (072) 888 44 04