Het hoe en waarom van Kennemerwind en windenergie Onze nieuwsbrief Informatie over onze turbines De opbrengsten van de windturbines van Kennemerwind Nieuws over Kennemerwind Word ook lid van Kennemerwind! Andere interessante websites menu links
menu rechts Terug naar het openingsscherm De mensen achter Kennemerwind

Windenergie zo gek nog niet

Reactie van ECN op een ongenuanceerd ingezonden stuk over windenergie door een LPF-raadslid uit Terneuzen in VNG-Magazine van 14 november 2003. Deze reactie werd 19 december 2003 geplaatst.

Petten, 23 november 2003

Het bezwaar van Freeke (VNG-magazine dd. 14 11 03) tegen het gebruik van windenergie voor onze elektriciteitsvoorziening is gebaseerd op twee punten, namelijk dat de technologie niet geschikt is voor een betrouwbare stroomvoorziening en dat windelektriciteit zo duur is dat de consument het vel over de oren wordt getrokken om toch maar schone stroom te kunnen gebruiken. In deze reactie willen we ingaan op deze twee argumenten en daarmee aantonen dat windenergie in duurzaamheidsopzicht en in economische zin zo gek nog niet is.

Allereerst over de technologie. Volgens Freeke wordt een windturbine boven windkracht 8 uitgeschakeld, terwijl het vermogen daaronder met de windsnelheid varieert. Juist is, dat een windturbine pas bij windkracht 10 wordt uitgeschakeld en dat het vermogen tussen windkracht 6 en windkracht 10 constant is (dus niet varieert met de windkracht). Alleen tussen windkracht 2 en 6, varieert het vermogen met de windsnelheid. Freeke blijkt dus niet op de hoogte van de belangrijkste eigenschap van een windturbine: die tussen het vermogen en de wind.

De windsector is zich er van begin af aan (midden jaren 70) van bewust dat het vermogen dat geleverd wordt niet momentaan aansluit op de vraag. Er zijn echter nogal wat oplossingen denkbaar en we mogen bij nieuwe ontwikkelingen niet bij de eerste de beste tegenslag het bijltje erbij neergooien. Dan hadden we ons nog steeds met luchtballonnen verplaatst, immers men ging er lange tijd vanuit dat dingen die zwaarder dan lucht waren, niet kunnen vliegen. Vliegmachines hadden immers in eerste instantie ook nogal wat problemen.

De meest directe oplossing bestaat uit het combineren van meerdere energiebronnen. Bijvoorbeeld de combinatie wind en waterkracht werkt goed. Als het niet waait komt de energie uit een stuwmeer, als het wel waait uit de turbines. Ook kunnen een gascentrale en een groot windpark samen garant staan voor een productie die aansluit op de vraag. In de toekomst kan gedacht worden aan de combinatie van windenergie en zonne-energie: In de zomer draaien de airco's op zonne-energie, in de winter branden de lampen op windenergie. Ook is het een optie om windparken met andere windparken op grote onderlinge afstanden te combineren: geografische spreiding. Dan wordt het zeer onwaarschijnlijk dat het niet waait bij alle parken tegelijk. In dit geval dient elektriciteit over grote afstanden getransporteerd te worden. Niemand zal er overigens naar streven om alle elektriciteit met windturbines op te wekken, een aandeel in de productie van enkele tientallen procenten is echter goed mogelijk.

Freeke komt, nota bene onder de kop Wetenschap, tot de conclusie dat de ingebruikname van windturbines niet leidt tot een vermindering van de uitstoot van CO2. Deze conclusie onderbouwt hij niet. De feiten zijn de volgende: een windturbine produceert in 3 tot 6 maanden alle energie die nodig was voor zijn productie. Alle windturbines in de wereld samen produceren inmiddels bijna evenveel als Nederland op jaarbasis aan elektriciteit consumeert. Dat betekent dat dankzij windenergie nu al vrijwel de volledige aan elektriciteitsproductie gerelateerde CO2-uitstoot van een land als Nederland wordt vermeden.

En dan de economische kant. Bij windenergie haalt Freeke er alles bij om aan te tonen dat windelektriciteit te duur is. Het is naar onze mening wel correct dat hij alle kosten in rekening brengt, maar dan moet dat ook consequent bij alle opties gebeuren. Appels met appels vergelijken. Neem het subsidieverhaal. De stelling van Freeke: "Windmolens zonder staatssteun onrendabel", is alleen te pruimen als aangetoond wordt dat de kosten die de staat maakt bij het winnen van stroom uit olie, kolen, kernenergie, biomassa, waterkracht en zo verder, wezenlijk lager zijn, dan die voor windenergie. Het op staatskosten opruimen van olie op zee, de kosten van door vervuiling veroorzaakte ziekten (zie de fijn-stof meldingen op teletext) of de schade door de aardbevingen door inklinkende gasvelden dienen dan bij de betreffende energievormen meegerekend te worden. Sommige mensen vinden zelfs dat ook de kosten van het voeren van een olie-oorlog moeten worden meegerekend.

Een discussie over hoe de overheidssteun wordt verdeeld over maatschappelijke sectoren, gaat deze naar de klant of de windturbine eigenaren, is natuurlijk wel een zeer zinnige. Freeke heeft daar een punt te pakken. Maar dit staat geheel los van de kwaliteit van windturbines als duurzame energietechnologie.

Jos Beurskens, Gustave Corten, ECN Windenergie

[terug] < > [vervolg


Postbus 9185
1800 GD Alkmaar

Telefoon (072) 888 44 04